De controle van de wettigheid van de handelingen van de plaatselijke besturen: een van de kerntaken van Brussel Plaatselijke Besturen 

 

Deze opdracht vertegenwoordigt bijna 30 % van de arbeidstijd van het bestuur en is daarmee de opdracht waaraan de meeste tijd wordt besteed.  

In totaal hebben de toezichthoudende directies 11.209 dossiers behandeld, waarvan er meer dan 10.000 betrekking hadden op handelingen die waren opgestuurd door instellingen die onder dit toezicht vallen. Van alle ingediende dossiers kregen er 56 een ongunstige beoordeling van het bestuur. Deze dossiers kunnen als volgt worden ingedeeld:

 

Beslissingen 

Aantal dossiers 

Nietigverklaring 

33 

Afwijzing 

Opgeschort met opmerkingen 

10 

Schorsing 

TOTAAL 

56 

 

Klachtenbehandeling: een nevenopdracht 

Parallel met het nazicht van de door de plaatselijke besturen bezorgde handelingen kan een toezichtsmaatregel genomen worden naar aanleiding van een klacht. In 2025 was dat bijvoorbeeld het geval voor bepaalde huishoudelijke reglementen (HR). Na de gemeenteraadsverkiezingen moeten alle gemeenteraden stemmen over hun huishoudelijke reglement. Dit type handelingen is onderworpen aan toezicht. Er werden talloze klachten ingediend over bepalingen in de huishoudelijke reglementen. De analyse van deze dossiers heeft aangetoond dat sommige bepalingen ambigu en zelfs problematisch waren, met name wanneer ze aan de voorzitter bevoegdheden toekenden die het wettelijke kader overschreden. Als reactie op deze vaststellingen heeft het bestuur zijn controle op dit type handelingen aangescherpt, wat geleid heeft tot het nemen van meerdere toezichtsmaatregelen (gedeeltelijke of volledige nietigverklaring van bepaalde huishoudelijke reglementen). 

In 2025 werden er 79 klachten opgetekend, wat neerkomt op een stijging met meer dan 50% ten opzichte van het jaar ervoor. Deze stijging heeft vooral betrekking op de directie Algemene en Juridische Zaken. De terugkerende problemen hebben betrekking op het verloop van de gemeenteraden, zoals de weigering van een burgerinterpellatie, de weigering om een punt op de agenda te plaatsen, of de omzetting van een interpellatie in een mondelinge vraag.  

 

Van controle tot advies: een begeleidingslogica 

Het toezicht blijft niet beperkt tot controle. Ze omvat ook het verstrekken van advies voordat plaatselijke besturen een beslissing nemen. In 2025 werden er 188 adviezen geregistreerd. 

De directie Lokale Overheidsopdrachten stak er met 98 ontvangen aanvragen met kop en schouders bovenuit, wat kan worden verklaard door het technische karakter van het onderwerp en de diversiteit van de lokale aankopers. Het feit dat ze advies vragen, wijst erop dat de plaatselijke besturen fouten willen voorkomen die tot een toezichtsmaatregel of een beroep zouden kunnen leiden. 

De directie Algemene en Juridische Zaken kende een toename van het aantal adviesaanvragen (van 47 in 2024 naar 78 in 2025). Naast het verstrekken van advies aan wie erom vroeg, heeft de directie zich steeds proactief opgesteld door toelichtende fiches te publiceren, zoals dat het geval was voor de fiche over de indexering van de presentiegelden.  

 

Het Herfinancieringsfonds: controle, ondersteuning en herstel 

De gewestelijke inspecteurs die deel uitmaken van de directie Ondersteuning van het BGHGT begeleiden en controleren de gemeenten die in de voorbije twintig jaar leningen hebben gekregen van het fonds. Ze geven de gemeenten advies over de meest geschikte manieren om tot een begrotingsevenwicht te komen en geven hun bevindingen door aan de gewestelijke toezichthoudende directies. 

Elf gemeenten hebben een dergelijke begeleiding en specifieke controle gekregen (zie de toegekende leningen sinds de oprichting van het BGHGT). Er werd geen enkele nieuwe lening toegekend, aangezien de regering in lopende zaken verkeerde. De gemeenten in moeilijkheden hebben zich daardoor tot opdracht 2 gewend, wat hun kastoestand verder onder druk zet. De directie Ondersteuning van het Fonds bleef immers extra waakzaam voor de kastoestand van de gemeenten met een financieel herstelplan. Doorgaans worden deze kastoestanden steeds slechter. Bovendien was BRINFIN door deze bijzondere context - de lange periode zonder regering met volle bevoegdheid en een sterke toename van de financieringsbehoeften - sinds eind oktober 2025 niet langer in staat om op de financiële markten alle kortetermijnmiddelen te mobiliseren die nodig zijn om in de behoeften van de gemeenten te voorzien. Daardoor moest BRINFIN zijn toevlucht nemen tot financieringen op langere termijn om de gedeeltelijke terugtrekking te compenseren van de investeerders die het fonds gewoonlijk ondersteunden. 

De samenwerking tussen de gewestelijke inspecteurs en de toezichthoudende directies is belangrijk gebleken in de aanpak van de kritieke financiële toestand van de gemeente Sint-Joost-ten-Node. Elke directie heeft haar expertise aangereikt bij de behandeling van het dossier.  

Dankzij deze samenwerking konden conclusies worden getrokken en de oorzaken van de verslechterde financiële toestand van de gemeente in kaart worden gebracht en kon worden nagegaan in welke mate de vastgestelde tekortkomingen een tussenkomst van het BGHGT rechtvaardigden. 

De conclusies van deze opdracht hebben de gemeente ook in staat gesteld om op korte termijn een begroting op te stellen voor het begrotingsjaar 2025, alsook een driejarenplan 2025-2027 met structurele maatregelen en maatregelen voor een goed beheer die nodig zijn om het begrotingsevenwicht te herstellen en de kastoestand te saneren.