In 2025 heeft Brussel Plaatselijke Besturen ondanks de moeilijke budgettaire en politieke context zijn opdrachten voortgezet. Dit verslag zet de verwezenlijkingen uiteen die dit bestuur bereikt heeft ondanks de heersende onzekerheid.
In 2025 werd voortgebouwd op de werkzaamheden van 2024
Onze human resources
In 2025 bleef het moratorium op personeelsbewegingen, ingevoerd vanaf 1 december 2023, volledig van kracht. In een context zonder volwaardige regering konden geen afwijkingen worden aangevraagd, waardoor de mogelijkheden tot aanwerving en vervanging strikt beperkt bleven. De opdrachten werden bijgevolg verder uitgevoerd met de reeds aanwezige personeelsmiddelen binnen de administratie.
Financiële middelen
Wegens het ontbreken van een regering met volle bevoegdheid in 2025 werd de begroting opgesteld volgens het systeem van voorlopige kredieten. Dat betekent dat de bedragen van de voorlopige kredieten:
gebaseerd zijn op de kredieten van de laatste goedgekeurde begroting (namelijk die van 2024);
elk kwartaal in beperkte mate worden vrijgegeven (drie twaalfden);
toegekend worden voor een beperkte periode (maximaal vier maanden).
Deze maatregelen brachten voor ons bestuur extra werk met zich mee. Daarnaast werden ook de besparingsmaatregelen voortgezet.
IT-middelen
Een van de posten die het zwaarst getroffen wordt door de budgettaire beperkingen blijft de IT-sector. Bepaalde projecten moesten vertraagd of zelfs stilgelegd worden wegens geldgebrek. Om oplossingen te vinden en deze beperking te verzachten, moest het bestuur heel creatief zijn.
Begin 2025 moesten de gemeenteraadsverkiezingen in Sint-Joost-ten-Node opnieuw georganiseerd worden. Ten gevolge van de onregelmatigheden die werden vastgesteld bij talloze volmachten (zie ons verslag 2024) werden de verkiezingsresultaten in deze gemeente nietig verklaard en moest op 9 februari een nieuwe stembusgang worden georganiseerd.
De nieuwe gemeenteraadsverkiezing in Sint-Joost-ten-Node
Ondanks de bijzondere context heeft het bestuur een cruciale opdracht voortgezet: het administratieve toezicht op de plaatselijke besturen, dat wordt verzekerd door vier van zijn directies. Deze soevereine opdracht blijft een prioriteit. Nog dit jaar heeft het bestuur de lokale instellingen van het Brusselse gewest optimaal begeleid, met name door zijn expertise met hen te delen.
Anderzijds heeft het ontbreken van een regering met volle bevoegdheid niet alleen gevolgen gehad voor de uitvoering van de IT-projecten, maar ook voor de vervulling van andere opdrachten, met name:
de opdracht met betrekking tot de juridische organisatie van de plaatselijke besturen;
de opdracht betreffende de financiering van het overheidsbeleid.
De vertraging opgelopen bij de eerste opdracht valt te verklaren door de onmogelijkheid voor een regering in lopende zaken om nieuwe wetteksten aan te nemen (ordonnanties en besluiten).
De tweede opdracht wordt in twee opzichten getroffen: door het ontbreken van nieuwe beleidslijnen vanwege deze situatie en door de budgettaire beperkingen.
De uitdagingen voor 2026Op het moment dat dit verslag wordt opgesteld, is er een regering gevormd. Aangezien de regeerperiode verkort is door de meer dan 600 onderhandelingsdagen, moet er snel gehandeld worden voor de paar “hervormingen” die we wensen door te voeren. Daarenboven maakt de gewestelijke beleidsverklaring melding van een hervorming van het openbaar ambt, die een rechtstreekse impact zal hebben op ons bestuur (herschikking in verschillende pijlers). Daar komt nog bij dat het mandaat van de leidend ambtenaar van het bestuur ten einde loopt, wat leidt tot onzekerheid over de richting die het bestuur in de toekomst uit zal gaan. De wervingsstop blijft gehandhaafd, wat het voortbestaan van bepaalde opdrachten in gevaar zou kunnen brengen. Hetzelfde geldt voor de budgettaire beperkingen, die onze actiemiddelen voor het uitvoeren van het overheidsbeleid zullen doen slinken. Tot slot zouden er ook publicaties moeten worden uitgegeven, die het resultaat zijn van een werk van lange adem. |