De controle van de wettigheid van de handelingen van de plaatselijke besturen: een van de hoofdopdrachten van ons bestuur

 

In 2024, ging bijna een op de vier ingevoerde dossiers in onze interne applicatie hierover. Daarbij waren er 53 personeelsleden betrokken.

In totaal hebben de toezichthoudende directies 10 947 dossiers behandeld, waarvan er bijna 10 000 afkomstig waren van instellingen die onder het toezicht van Brussel Plaatselijke Besturen vallen.

De verschillende dossiers zijn als volgt verdeeld over de plaatselijke besturen:

 

 Ontdek meer over de Brusselse plaatselijke besturen

 

Klachtenbehandeling: een aanvullende opdracht

De directie die het vaakst klachten moet behandelen, is de directie Algemene en Juridische Zaken, aangezien de meeste klachten over de werking van de gemeenten gaan.

Er kwamen met 52 klachten in 2024 wat meer klachten binnen dan voordien, maar de voorbije jaren blijft het aantal stabiel. Een aantal van deze klachten ging over de organisatie van de gemeenteraadsverkiezingen (kiezerslijst, verkiezingsaffiches, gebruik van gemeentelijke gebouwen voor partijdoeleinden, enz.). Er werd ook over andere probleemsituaties geklaagd: de niet-naleving van de rechten van de gemeenteraadsleden, de niet-opname van agendapunten, de niet-naleving van de oproepingstermijnen, de niet-naleving van de geheime stemming, het partijdig gebruik van officiële communicatiekanalen, de niet-naleving van de gemeentewetgeving, en de organieke OCMW-wet, …

 

Van toezicht naar advies: een begeleidende aanpak

Tot slot betekent toezicht niet enkel controle, maar ook adviesverlening. Deze activiteit vindt plaats vóór de besluitvorming door het plaatselijke bestuur. Zo zijn er in 2024 161 adviezen gegeven.

De meest betrokken directie is de directie Lokale Overheidsopdrachten met 98 aanvragen. Dat valt onder meer te verklaren door de technische aard van de materie en de vele aankopers op plaatselijk niveau. Sommige plaatselijke besturen raadplegen om die reden liever de personeelsleden van ons bestuur vooraleer ze een beslissing nemen, om het risico op een toezichtsmaatregel of een beroepsprocedure te vermijden.

 

Het Herfinancieringsfonds: controle, ondersteuning en heropstart

Naast deze toezichthoudende controle voeren de gewestelijke inspecteurs uit de directie Ondersteuning van het BGHGT hun ondersteunende en controletaken uit voor de gemeenten die de afgelopen twintig jaar leningen kregen van het fonds. De gewestelijke inspecteurs begeleiden de gemeenten en adviseren hen over de meest geschikte manieren om opnieuw een begrotingsevenwicht te bereiken. Hun bevindingen worden doorgegeven aan de directies van het gewestelijk toezicht.

In 2024 heeft de gemeente Schaarbeek een nieuwe aanvraag voor steun van het fonds ingediend, om zo de ernstige liquiditeitsproblemen waarmee ze kampt aan te kunnen pakken. De gewestelijke inspectie heeft de financiële en boekhoudkundige gegevens nader onderzocht waarna ze haar conclusies aan de minister heeft voorgelegd. Er werd een meerjarenplan opgesteld om het evenwicht te herstellen, dat vervolgens werd verbonden aan een ontwerp van leningsovereenkomst van bijna 12 miljoen euro. De ministerraad heeft die aanvraag goedgekeurd. De gewestelijke inspecteur die deze gemeente begeleidt en controleert, gaat na of de gemeente de verbintenissen die ze is aangegaan via de overeenkomst uitvoert.

Om de begeleidings- en controleregeling meetbaar te maken, zijn de gemeenten in drie categorieën ingedeeld.

  1. Gemeenten die onder verscherpte controle en begeleiding staan, hebben in de afgelopen zes jaar steun ontvangen via Opdracht 1 van het fonds, hebben een geaccumuleerd tekort, en hebben momenteel te kampen met ernstige liquiditeitsproblemen;
  2. Gemeenten waarvoor een lichtere controleregeling geldt, moeten een laag uitstaand bedrag aan leningen terugbetalen aan het BGHGT, kunnen voor de voorbije drie boekjaren een positieve kaspositie voorleggen, en moeten een positief verschil hebben laten optekenen tussen de laatste drie resultaten uit de rekeningen van die boekjaren en die opgenomen in de driejarige financiële plannen voor diezelfde boekjaren, en moeten de verbintenissen uit de leningsovereenkomst hebben nageleefd;
  3. Gemeenten waarvoor een gematigde controle- en begeleidingsregeling geldt, voldoen niet aan de criteria van de twee hierboven gedefinieerde groepen.

De directie Ondersteuning van het BGHGT besteedt veel aandacht aan de kassituaties voorgelegd door de gemeenten die onder een plan vallen. De voorgelegde situaties blijven over het algemeen achteruitgaan. Het toenemende gebruik van voorschotten tegen vaste voorwaarden en het opnemen van inkomsten met een hoog risico op niet-inning, leiden tot een aanzienlijke stijging van hun schuldlasten. Liquiditeitsproblemen ontstaan voornamelijk door de niet-inning van voorbije en huidige ontvangsten, alsook door de opname in de begroting van ontvangsten met een hoog risico op niet-inning.