U bent hier: Home / Werkingsregels van gemeenten in deze noodsituatie

Werkingsregels van gemeenten in deze noodsituatie

Ontwerp van besluit van de Regering tot uitvoering van, wat de werking van de gemeenten betreft, de bijzondere bevoegdheden die haar zijn verleend door de ordonnantie van 19 maart om bijzondere machten toe te kennen aan de Brusselse Hoofdstedelijke Regering in het kader van de gezondheidscrisis Covid-19.

Donderdag 26 maart 2020 heeft de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in eerste lezing een ontwerp van besluit aangenomen tot uitvoering van, wat de werking van de gemeenten betreft, de bijzondere bevoegdheden die haar zijn verleend door de ordonnantie van 19 maart om bijzondere machten toe te kennen aan de Brusselse Hoofdstedelijke Regering in het kader van de gezondheidscrisis Covid-19 (BS 00.03.2020).

Deze tekst werd met hoogdringendheid voorgelegd voor advies aan de afdeling Wetgeving van de Raad van State.

Dit ontwerp bevat verschillende maatregelen gericht op aanpassing van de werkingsregels van gemeenten in de noodsituatie die we kennen.

Het is belangrijk op te merken dat om de eventuele maatregelen die door de gemeenten zijn genomen om te beantwoorden aan de noodsituatie vóór de inwerkingtreding van dit besluit te dekken, de regels van dit ontwerpbesluit terugwerkende kracht zullen hebben vanaf de dag na 16 maart 2020.

Vanaf deze datum zijn deze maatregelen, waarvan ik u de inhoud hieronder weergeef, gedurende 40 dagen van kracht.

Samenvattend staan ​​de volgende regels op het punt te worden aangenomen:

• Het College van burgemeesters en schepenen (hierna het college) kan alle bevoegdheden van de gemeenteraad uitoefenen zoals vastgelegd in de nieuwe gemeentewet, op voorwaarde dat het dit kan rechtvaardigen gezien de hoogdringendheid die voortvloeit uit de bestaan ​​van de pandemie.

De besluiten die het College in plaats van de Gemeenteraad moet nemen, worden overeenkomstig de gewone regels in extenso aan de toezichthoudende overheid voorgelegd.

Deze beslissingen worden wekelijks aan de Gemeenteraad meegedeeld. Aan het einde van de periode van 40 dagen worden alle door het College in plaats van de gemeenteraad genomen besluiten ter goedkeuring op de agenda van de eerste gemeenteraadsvergadering geplaatst.

• De vergaderingen van de Gemeenteraad en het College kunnen, indien het niet mogelijk is om hun leden bijeen te brengen in overeenstemming met de gezondheidsregels die zijn vastgesteld door de bevoegde autoriteiten, op virtuele wijze worden georganiseerd, dat wil zeggen via videoconferentie of via e-mailuitwisseling.

Deze virtuele bijeenkomsten kunnen alleen worden georganiseerd als het gaat om het nemen van beslissingen die essentieel zijn voor de uitoefening van de taken van de gemeente.

Het besluit voorziet in formaliteiten die tot doel hebben de authenticiteit van de gedachtewisseling en stemmen tijdens virtuele vergaderingen zo goed mogelijk te waarborgen.

Op deze wijze genomen beslissingen zullen volgens de gewone regels aan het toezicht worden onderworpen.

• De termijn voor de oproeping van het College, dat indien nodig hoogdringende beslissingen zal nemen, wordt teruggebracht tot ten laatste 24 uur vóór de vergadering.

• Het recht van gemeenteraadsleden om mondelinge vragen te stellen (art. 84bis NGW), evenals het recht om het College te interpelleren (art. 84ter NGW) worden vervangen door het recht om schriftelijke vragen te stellen gedurende de periode van 40 dagen.

• Artikel 109 NGW werd aangepast om, voor bepaalde door de Gemeenteraad of het College vast te stellen correspondentie, een delegatie van handtekening aan de gemeentesecretaris of aan een door hem aangewezen ambtenaar mogelijk te maken. De mogelijkheid om de authentieke elektronische handtekening te gebruiken wordt uitdrukkelijk voorzien.

Tot slot werd tevens een ontwerp van besluit van de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, met als onderwerp de bijzondere bevoegdheden en het opschorten van de strikte termijnen en beroepstermijnen zoals voorzien in de wetten en regels binnen de bevoegdheid van het Gewest, voor een periode van één maand vanaf 13 maart 2020 (tweemaal verlengbaar voor eenzelfde duur) ook voor advies werd voorgelegd aan de Raad van State.

gearchiveerd onder: