U bent hier: Home / Werking van de organen van het OCMW in de context van de hoogdringendheid

Werking van de organen van het OCMW in de context van de hoogdringendheid

Ontwerp van besluit van het Verenigd College tot verzekering van de continuïteit van de werking van de OCMW’s in het kader van de Covid-19-crisis.

Deze donderdag, 26 maart, heeft het Verenigd College in eerste lezing een ontwerp van besluit aangenomen tot uitvoering, voor wat de werking van het OCMW betreft, van de bijzondere volmachten die haar zijn toegekend bij ordonnantie van de Verenigde Vergadering van de GGC van 19 maart laatstleden.

Deze tekst werd, met hoogdringendheid, voorgelegd voor advies aan de afdeling Wetgeving van de Raad van State.

Dit ontwerp bevat verschillende maatregelen gericht op het aanpassen van de werkingsregels van de organen van de OCMW's aan de context van hoogdringendheid die we momenteel kennen. Het is belangrijk op te merken dat om de eventuele maatregelen die door de OCMW’s zijn genomen om te beantwoorden aan de noodsituatie vóór de inwerkingtreding van dit besluit te dekken, de regels van dit ontwerpbesluit terugwerkende kracht zullen hebben vanaf de dag na 19 maart 2020.

Vanaf deze datum zijn deze maatregelen, waarvan ik u de inhoud hieronder weergeef, gedurende 40 dagen van kracht.

Samenvattend staan ​​de volgende regels op het punt te worden aangenomen:

  • Het Vast Bureau kan alle bevoegdheden van de Raad voor maatschappelijk welzijn en het Bijzonder comité voor de sociale dienst uitoefenen, op voorwaarde dat het dit kan rechtvaardigen gezien de hoogdringendheid die voortvloeit uit het bestaan ​​van de pandemie. De enige uitzonderingen op deze mogelijkheid die het Vast Bureau wordt geboden, betreffen besluiten die volledig aan de toezichthoudende overheid moeten worden gezonden (artikel 110, §1 OW), met name: die betreffende het personeelskader, het geldelijk statuut van het personeel, aanwervingsvoorwaarden, enz… . Besluiten die door het Vast Bureau worden genomen in plaats van de Raad voor maatschappelijk welzijn, worden overeenkomstig de gewone regels in extenso aan de toezichthoudende overheid voorgelegd.
  • De vergaderingen van de Raad voor maatschappelijk welzijn, het Vast Bureau of het Bijzonder comité voor de sociale dienst kunnen, indien het niet mogelijk is om hun leden bijeen te brengen in overeenstemming met de gezondheidsregels die zijn vastgesteld door de bevoegde autoriteiten, op virtuele wijze worden georganiseerd, dat wil zeggen via videoconferentie of via e-mailuitwisseling. Deze virtuele bijeenkomsten kunnen alleen worden georganiseerd als het gaat om het nemen van beslissingen die essentieel zijn voor de uitoefening van de taken van het OCMW. Het besluit voorziet in formaliteiten die tot doel hebben de authenticiteit van de gedachtewisseling en stemmen tijdens virtuele vergaderingen zo goed mogelijk te waarborgen. Op deze wijze genomen beslissingen zullen volgens de gewone regels aan het toezicht worden onderworpen.
  • De termijn van oproeping van het Vast Bureau, dat indien nodig hoogdringende beslissingen zal nemen, wordt teruggebracht tot ten laatste 24 uur vóór de vergadering. Indien het aanwezigheidsquorum in het Vast Bureau tijdens de eerste vergadering niet wordt bereikt, wordt de verplichting om een ​​bepaald aanwezigheidsquorum te bereiken, tijdens de tweede vergadering opgeheven.
  • Het Vast Bureau kan, voor zover het dit rechtvaardigt in het licht van de hoogdringendheid die voortvloeit uit de gezondheidscrisis, contractueel personeel aanwerven buiten het personeelskader, inclusief ambtenaren van niveau A, met een contract van bepaalde duur van maximaal 6 maanden.
  • De verplichting om minimaal eenmaal per kwartaal een gezamenlijke overlegcommissie / OCMW bijeen te roepen wordt opgeschort. De verplichtingen tot overleg vóór de vaststelling van bepaalde belangrijke besluiten (artikel 26bis OW) blijven gehandhaafd.
  • Ten slotte kan het Vast Bureau uitgaven doen, zelfs als er niet voldoende middelen in de begroting zijn opgenomen, op voorwaarde dat dit gerechtvaardigd is door een dringende noodsituatie als gevolg van de gezondheidscrisis en dat deze, in geval van niet-handelen, leidt tot een gevaarlijke situatie voor personen.

Tot slot werd tevens een ontwerp van besluit van het Verenigd College, met als onderwerp de opschorting van de strikte termijnen en de beroepstermijnen voorzien in de wet- en regelgeving binnen de bevoegdheid van GGC, voor een periode van één maand vanaf 16 maart, voorgelegd voor het advies van de Raad van State.

gearchiveerd onder: