U bent hier: Home / Thema / Personeel / Het statuut van het lokaal personeel

Het statuut van het lokaal personeel

In de gemeenten

Elke gemeente stelt personeel te werk met het oog op haar dienstverlening aan haar burgers. In principe wordt dit personeel benoemd door de gemeenteraad. De gemeenteraad kan deze bevoegdheid echter delegeren aan het college.

•    Statutair

De benoeming is een eenzijdige beslissing die wordt kenbaar gemaakt aan de ambtenaar die hiertoe de eed aflegt en de regels van de "statuten" toepast. Dit document bevat alle regels aangaande de relaties tussen de gemeente en haar ambtenaren. Dit statuut betreft meer bepaald de rekrutering, de bevordering, de onderbreking van de functies, vakantie- en verlofregeling, het disciplinaire stelsel, de evaluatie en de opleidingsvoorwaarden.
Het loonstatuut omvat meer bepaald de bezoldigingen en toelagen die de gemeente aan bepaalde ambtenaren toewijst. Elke ambtenaar heeft het recht te beschikken over een exemplaar van het administratieve en loonstatuut dat voor hem geldt.

•    Contractueel

De gemeenten schakelen naast statutaire ambtenaren ook personeel met een andere werkrelatie in. Het gaat hier – net zoals in de privésector – om het arbeidscontract zoals bepaald in de wet van 3 juli 1978.

Hoewel vele gemeenten voor hun contractuele ambtenaren voor zover mogelijk dezelfde regels toepassen als voor hun statutaire ambtenaren, blijven er verschillen tussen beide stelsels. Sommige regels zijn typisch voor het ene of het andere stelsel. Voorbeelden zijn het disciplinaire stelsel, de voorwaarden voor het opzeggen van de werkrelatie, vakantiegeld en het pensioen.

Elke gemeente beschikt over de autonomie om haar eigen personeelsreglementen uit te vaardigen. De toestand van de gemeentelijke ambtenaar kan dus van de ene tot de andere gemeente verschillen. Op initiatief van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is er wel een uniformisering en modernisering van de inhoud van de statuten doorgevoerd met het Sociaal Handvest dat in 1994 werd opgesteld en dat de algemene beginselen voor het lokale overheidsambt omvat. Deze bepalingen werden geleidelijk in de praktijk omgezet in alle Brusselse gemeenten.

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft de nieuwe gemeentewet gewijzigd (ordonnantie van 5 maart 2009) om bepaalde maatregelen ter verbetering van het personeelsbeheer in de gemeenten te implementeren. De gemeenten zijn nu bijvoorbeeld verplicht om een HR-manager te benoemen. Ze moeten ook beschikken over een organogram van hun diensten en ze moeten nieuw personeel een opleiding laten volgen over de werking van de lokale besturen.  

De omvang en het belang van de gemeentediensten worden weerspiegeld in het personeelskader dat elke gemeenteraad moet goedkeuren. Dit is (in het kort) een reglementaire daad die alle permanente banen vastlegt die vereist zijn voor de werking van de diensten die worden georganiseerd met het oog op de verplichte of facultatieve opdrachten die de gemeente vervult. Het organogram is van zijn kant een beheerstool die de onderlinge koppeling en relaties van de verschillende diensten schetst.


In de OCMW's

De organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn bepaalt dat het OCMW-personeel hetzelfde administratieve en bezoldigingsstatuut geniet als het personeel van de gemeente waar dit OCMW gevestigd is.

Wettelijke referenties:

- Wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten
- Omzendbrief "Sociaal handvest"