U bent hier: Home / Thema / Personeel / Comité C

Comité C

Het Comité C onderafdeling "Brussels Hoofdstedelijk Gewest"

De collectieve arbeidsbetrekkingen in de openbare sector worden geregeld bij wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel . Deze wet en de bijbehorende uitvoeringsbesluiten vormen het syndicaal statuut van het overheidspersoneel.

Het Comité C is één van de onderhandelingscomités dat opgericht werd bij wet van 19 december 1974. Dit onderhandelingscomité is bevoegd voor de provinciale en plaatselijke openbare diensten. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bestaat er een Comité C-onderafdeling ‘Brussels Hoofdstedelijk Gewest’, waar de onderhandelingen plaatsvinden om het beleid van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende de plaatselijke besturen uit te werken.


Samenstelling

Het Comité is paritair samengesteld uit enerzijds vertegenwoordigers van de vakbonden en anderzijds vertegenwoordigers van de overheid. Voorzitter is de Minister belast met de plaatselijke besturen.

De leden van de afvaardiging van de overheid worden gekozen door de Voorzitter van het Comité. Deze afvaardiging is samengesteld uit de Minister belast met de plaatselijke besturen en, wanneer de onderhandelingen de OCMW’s betreffen, de Ministers van het Verenigde College, dat bevoegd is voor bijstand aan personen. Ook de vertegenwoordigers van de burgemeesters, de Voorzitters van de OCMW’s en de gemeente- en OCMW-secretarissen zijn over het algemeen betrokken bij de onderhandelingen, alsook de Vereniging van de Stad en de Gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, die als technicus uitgenodigd wordt.

De Directie Gemeentepersoneel van Brussel Plaatselijke Besturen (BPB) zorgt ook voor het secretariaat van het Comité C en verrijkt als vakkundige het debat. Tijdens de onderhandelingen kan het bestuur verschillende voorstellen analyseren met betrekking tot hun haalbaarheid.


Onderwerpen

De belangrijkste punten die het comité aanhaalde zijn:
- Opleiding
- Evaluatie
- Eindeloopbaanmaatregelen
- Ontslagvoorwaarden van de contractuelen
- Tuchtprocedure voor de contractuelen
- Opzeggingstermijn en gewaarborgd inkomen voor de arbeiders
- Harmonisatie van de jaarlijkse vakantie
- Statutarisatie
- Geldelijke status
- Kaderovereenkomst gezondheidszorg
- Plaatselijkbestuursplan


Protocollen

Bij iedere onderhandeling worden de conclusies neergeschreven in een protocol met vermelding van:
1° het eenparig akkoord van alle afvaardigingen ; of
2° het akkoord tussen de afvaardiging van de overheid en de afvaardiging van één of meerdere vakbonden, alsook het standpunt van de afvaardiging van één of meerdere vakbonden; of
3° of de respectieve positie van iedere afvaardiging.

Er is geen verplichting om tot een akkoord te komen, maar wel om te onderhandelen. Een protocol heeft de waarde van een politiek engagement, maar is geen verbintenis op juridisch vlak.

De maatregelen die vervat staan in het protocol worden vervolgens uitgevoerd door de gewestelijke regering en haar administratie, alsook door de betrokken plaatselijke besturen .
 

Bekijk protocollen

Wettelijke referenties :

- Wet van 19 december 1974 - vakbondsstatuut (BS 24/12/1974)
- Koninklijk Besluit van 28 september 1984