U bent hier: Home / Thema / Overheidsopdrachten / Verdeling van de bevoegdheden

Verdeling van de bevoegdheden

Voorstelling

 

Zoals elke publieke persoon zijn de lokale overheden rechtspersonen die in het kader van een plaatsing, de gunning en de uitvoering van de overheidsopdrachten enkel kunnen handelen door tussenkomst van organismen speciaal bevoegd om hen juridisch te binden. Onder de nadere bepaling dat “… de bevoegdheden voor het plaatsen en uitvoeren van opdrachten uitgeoefend worden door de overheden en organen bevoegd krachtens de bepalingen van een wet, decreet of ordonnantie, reglement of statuut op hen van toepassing zijnde », verwijzen de bepalingen van alinea 2 van het artikel 74 van de wet van 15 juni 2006 expliciet naar de reglementering van bevoegdheden in het geval van overheidsopdrachten en naar de specifieke wettelijke bepalingen voor elk openbaar bestuur.

 

 

Uit deze bepalingen blijkt een onmiskenbare doorslaggevende plaats voorbehouden aan de lokale politieke overheden, eerste en vooral de gemeenten, maar ook voor de OCMW, de intercommunales, de autonome gemeentebedrijven tot aanbestedende overheden zoals bijvoorbeeld de « gemeentelijke » verenigingen zonder winstoogmerk waarvan de beheersorganen minstens gedeeltelijk samengesteld zijn uit politieke mandatarissen of hun vertegenwoordigers. De toegevallen rol, verband houdende met de overheidsopdrachten aan deze politieke overheid beperkt zich niet tot de basisbeslissingen zoals de keuze van de gunningsprocedure en de vaststelling van de voorwaarden van de opdracht (namelijk het bestek), maar betreft de ganse procedure, vanaf het aangaan van de procedure (bekendmaking) tot de selectie van de kandidaten of inschrijvers en de gunning aan de weerhouden inschrijver en tot de controle van de uitvoering.

 

Op het niveau van de gemeente

 

De bepalingen die de verdeling van de bevoegdheden tussen de gemeenteraad en het college van burgemeester en schepenen in verband met de overheidsopdrachten regelen zijn bepaald door de artikels 234 en 236 van de NGW. Deze bepalingen benadrukken duidelijk het onderscheid tussen de twee belangrijkste fasen van een overheidsopdracht :

 

 

Op het niveau van het OCMW

 

Het artikel 84 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn regelt de uitoefening van de bevoegdheden aangaande de plaatsing van overheidsopdrachten in de schoot van het OCMW.

Volgens deze bepaling komt de plaatsing van de overheidsopdrachten van werken, leveringen en diensten in zijn geheel, namelijk de keuze van de gunningsprocedure en de vaststelling van de voorwaarden (het bestek, de meetstaten of inventaris), het instellen van de procedure en de gunning van de opdracht, toe aan de raad voor maatschappelijk welzijn (artikel 84, §§ 1e en 2, 1e alinea).

 

Ditzelfde artikel 84 voorziet in zijn § 3 in een regime van delegatie van deze bevoegdheid van de raad voor maatschappelijk welzijn aan het vast bureau.

 

Op het niveau van de meergemeentelijke politiezones

 

In de zes meergemeentelijke politiezones van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest die werden opgericht en bekleed werden met een rechtspersoonlijkheid in toepassing van de bepalingen van het artikel 11 van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus (B.S. 5 januari 1999), komt het aan de politieraad toe de bevoegdheden van de gemeenteraad uit te oefenen inzake de organisatie en beheer van het lokale politiekorps en aan het politiecollege (samengesteld uit de burgemeesters van de verschillende gemeenten die de zone vormen) deze toegekend aan het college van burgemeester en schepenen. Door het integraal toepasbaar maken van de titel V van de Nieuwe Gemeentewet breidt het artikel 33 van deze zelfde wet van 7 december 1998 de beheersprincipes eigen aan de gemeentelijke organisatie uit naar de meergemeentelijke politiezones.

Derhalve, wat betreft de overheidsopdrachten, ligt de bevoegdheid tot het vaststellen van de gunningsprocedure en het bepalen van de voorwaarden (artikel 234,al.1, van de NGW) bij de politieraad en bij het politiecollege wat betreft de publicatie, gunning en uitvoering. (artikel 236 van de NGW).

 

Op het niveau van de intercommunales

 

De verenigingen van intercommunales kunnen verschillende juridische vormen aannemen, gaande van de naamloze vennootschap tot een vereniging zonder winstoogmerk of een cooperatieve vennootschap (met beperkte aansprakelijkheid).

De bepalingen betreffende de bevoegdheden in hun organisatie worden geregeld door de basisreglementen betreffende elk van deze juridische vormen, ofwel het Wetboek voor vennootschappen of de wet van 27 juni 1921 gewijzigd door deze van 2 mei 2002 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen bij dewelke moeten toegevoegd worden deze vervat in de wet van 22 december 1986, nog steeds van toepassing zijnde op de intercommunales van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

 

Buiten deze algemene regels vervat in dit kader van basisreglementen, komt het elke intercommunale toe bijzondere bepalingen vast te leggen in verband met de samenstelling en de mandaten van de organisatie- en controleorganen.

 

Op het niveau van de autonome gemeentebedrijven

 

Het artikel 263ter, § 1e, van de NGW bepaalt dat het autonome gemeentebedrijf wordt beheerd door een raad van bestuur en een directiecomité. Voor een overgroot deel samengesteld uit leden van de gemeenteraad, oefent de raad van bestuur de controle uit op het beheer verzekerd door het directiecomité en stelt een jaarlijks ondernemingsplan op en het activiteitenrapport dat hij aan de gemeenteraad voorlegt. Hij heeft, bij toepassing van de bepalingen van § 2 van het artikel 263ter bovenvermeld, de bevoegdheid alle nodige of noodzakelijke acties te ondernemen ter uitvoering van het sociale doel. De plaatsing van de overheidsopdrachten in dit kader georganiseerd vallen dus onder zijn bevoegdheid.

 

Op het niveau van de kerkfabrieken

 

De raad van de kerkfabriek gaat over tot de keuze van de gunningsprocedure, de vaststelling van de voorwaarden, de gunning en het volgen van de uitvoering van de overheidsopdrachten.