U bent hier: Home / Thema / Overheidsopdrachten / Nieuws / 2 juni 2014

2 juni 2014

De wet van 15 mei 2014 tot wijziging van de wet van 15 juni 2006 betreffende de overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten.
De wet van 15 mei 2014


Het Belgisch Staatsblad van 28 mei 2014 publiceerde de wet van 15 mei 2014 tot wijziging van de wet van 15 juni 2006 betreffende de overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten.

Waarom deze wijzigingen ? Het betrof hier een gedeeltelijke omzetting van twee Europese richtlijnen, 2009/52/EG van 18 juni 2009 tot vaststelling van minimumnormen inzake sancties en maatregelen tegen werkgevers van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen en 2012/27/EU van 25 oktober 2012 betreffende de energie-efficiëntie en de richtlijn anderzijds.
 
In het kader van de strijd tegen de sociale dumping voegt het artikel 4 van deze wet een nieuwe paragraaf 1/1 toe aan het artikel 20 van de wet van 15 juni 2006 die vanaf nu aan de aanbestedende overheden oplegt in elk stadium van de gunningsprocedure elke kandidaat of inschrijver van wie is vastgesteld dat hij als werkgever illegaal verblijvende onderdanen van derde landen heeft tewerkgesteld als bedoeld in de wet van 11 februari 2013 tot vaststelling van sancties en maatregelen voor werkgevers van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen, uit te sluiten.
Deze uitsluiting geldt op dezelfde manier ten aanzien van de entiteit waarop de kandidaat of inschrijver een beroep doet wanneer de draagkracht van die entiteit bepalend is voor zijn selectie (in toepassing, ter herinnering, van de bepalingen van de artikels 12 en 74 van het koninklijk besluit van 15 juli 2011 betreffende de overheidsopdrachten in de klassieke sectoren).
Deze uitsluiting mag in geen enkel geval een periode van vijf jaren overschrijden. De Koning kan uitzonderingen bepalen voor kleine opdrachten onder het bedrag dat Hij vastlegt en kan een maximumduur opleggen gedurende dewelke de uitsluitingsgrond zal gelden en ter zake de nadere na te leven regels bepalen.

Door de omzetting van de bepalingen van de richtlijn met betrekking tot de energie-efficiëntie voegt het artikel 5 van deze wet van 15 mei 2014 eveneens een artikel 41/1 toe aan de wet van 15 juni 2006 die de aanbestedende overheden zoals bedoeld in artikel 2, 1°, a) en c) van deze wet verplicht uitsluitend producten, diensten en gebouwen met hoge energie-efficiëntieprestaties te verwerven voor producten, diensten en gebouwen door de Koning vast te stellen.
De bedoelde maatregel geldt enkel voor de aanbestedende overheden die afhangen van de federale overheid.
Voor de anderen, waaronder de plaatselijke besturen, beperkt deze maatregel zich tot het preciseren dat « wanneer zij overwegen te verwerven, door de Koning vast te stellen leveringen, diensten en gebouwen, het uitsluitend producten, diensten en gebouwen met energie-efficiëntieprestaties betreft  
De alinea 4 van § 1e van dit artikel tempert nochtans de impact van deze bepalingen door te preciseren dat « Als voorwaarde voor de verwerving van producten, diensten en gebouwen met hoge energie-efficiëntieprestaties geldt dat die in overeenstemming zijn met de kosteneffectiviteit, de economische haalbaarheid, de duurzaamheid in een breder verband, de technische geschiktheid, alsmede de aanwezigheid van voldoende concurrentie »,en tot besluit in de volgende alinea vaststellende dat “alle aanbestedende overheden overwegen bij het plaatsen van opdrachten voor diensten de mogelijkheid energieprestatiecontracten voor de lange termijn te sluiten die energiebesparingen op de lange termijn opleveren”.

Deze nieuwe bepalingen zijn van kracht geworden de tiende dag volgend op de publicatie in het Belgisch Staatsblad, namelijk op 7 juni 2014.

De gecoördineerde versie van de wet van 15 juni 2006 die rekening houdt met deze wijzigingen is beschikbaar op de site www.16procurement.be

Yves CABUY – oo@gob.irisnet.be