U bent hier: Home / Thema / Overheidsopdrachten / Nieuws / 18 augustus 2014

18 augustus 2014

Ordonnantie van 3 april 2014 houdende oprichting van een Observatorium van de referentieprijzen voor de overheidsopdrachten binnen de Economische en Sociale Raad van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Ordonnantie van 3 april 2014 houdende oprichting van een Observatorium van de referentieprijzen voor de overheidsopdrachten binnen de Economische en Sociale Raad van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. (B.S., 14 mei 2014, blz. 39206 en volgende).


In werking getreden op 24 mei 2014, enkel voor de « gewestelijke overheidsopdrachten » die, op deze datum, nog niet het voorwerp hebben uitgemaakt van maatregelen van bekendmaking, stelt deze ordonnantie binnen de Economische en Sociale Raad van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een Observatorium van de referentieprijzen voor de overheidsopdrachten in wat betreft de overheidsopdrachten binnen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

De rol van het observatorium bestaat er in hulp te bieden bij het nemen van administratieve beslissingen aangaande overheidsopdrachten van werken en diensten (klassieke sectoren) ten voordele van de bedoelde aanbestedende overheden van lokale of regionale overheidsopdrachten. Om dit mogelijk te maken, moeten de betrokken overheden, spontaan of op vraag van het Observatorium de noodzakelijke inlichtingen, die het toelaten zijn voorziene missie uit te voeren, doorzenden aan het Observatorium..

Over welke aanbestedende overheden gaat het ?

Het betreft :

-    enerzijds, de regionale overheidsopdrachten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest of van één van zijn instellingen van publiek recht ( opgericht door het Gewest om te voldoen aan de noden van algemeen belang.
-    anderzijds, de lokale overheidsopdrachten van een lokale administratie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, namelijk een gemeente, een autonome gemeenteregie, een intercommunale of een meergemeentelijke politiezone met uitzondering van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en instellingen van erediensten. De ordonnantie heeft derhalve de tekst aangevuld van het artikel 6 van de drie ordonnanties betreffende het administratief toezicht op de gemeenten, de intercommunales en de meergemeentelijke politiezones van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

De opdrachten van het Observatorium, vier in het totaal, zijn de volgende :

-    op verzoek, vrijwillig of verplicht, van de aanbestedende overheid van een gewestelijke of lokale overheidsopdracht of van de Gewestregering in het kader van de uitoefening van het toezicht op de lokale besturen, een advies formuleren betreffende de voorgestelde prijzen in het kader van een overheidsopdracht;
-    algemene adviezen voorbereiden betreffende de opname in de documenten van de opdracht van werken of diensten van technische clausules, inzonderheid sociale en milieubepalingen, om zo, in het licht van de Europese en federale wetgeving inzake eerlijke en transparante mededinging, een conforme toewijzing en uitvoering van de overheidsopdrachten binnen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest te bevorderen. Deze adviezen worden voorbereid gelet op de motieven vastgesteld door het Observatorium die ten grondslag liggen aan de abnormale prijsbieding;

-    een toezicht verzekeren op de prijzen voortkomende uit oneerlijke of frauduleuze handelspraktijken in het licht van de mededinging tussen inschrijvers op gewestelijke en lokale overheidsopdrachten en dit samengaande met de ontwikkeling van een gegevensbank met een overzicht van de vastgestelde prijzen in het kader van de uitvoering van zijn opdracht ;

-    sensibiliser en verspreiden van de kennis over prijzen en optreden als tussenschakel tussen de aanbestedende overheden en de representatieve organisaties van de privésectoren vanuit het streven naar een eerlijke mededinging tussen de inschrijvers en een conforme uitvoering van de overheidsbestellingen ;

Het artikel 2, 5°, van de ordonnantie definieert de « abnormale prijzen » als prijzen:

-    die, in de zin van de artikels 21 en 99 van het Koninklijk Besluit van 15 juli 2011 betreffende de plaatsing van overheidsopdrachten in de klassieke sectoren, de aanbestedende overheid abnormaal laag lijken in verhouding tot de uit te voeren prestaties of werken, of
-    welke de aanbestedende overheid abnormaal laag lijken of had moeten beschouwen als abnormaal laag zijnde.

De ordonnantie preciseert de toestanden waarin de aanvraag tot een advies van het Observatorium facultatief of verplicht is. Er dient rekening mee gehouden te worden dat de aanvraag verplicht is in de volgende gevallen :

-    voor de hieronder opgesomde gewestelijke overheidsopdrachten : vraag van de aanbestedende overheid van de gewestelijke overheidsopdracht, voor de gunning ter kennis te brengen, wanneer de vergaarde nodige verantwoordingen niet volstaan om het abnormale karakter van de prijzen te verklaren :
o    dienstenopdrachten waarvan de raming de 85.000€ (zonder BTW) overschrijdt en opdrachten van werken waarvan de raming de 275.000€ (zonder BTW) overschrijdt. In dit geval betreft de vraag tot advies de abnormale prijzen die voorkomen in één of meerder offertes neergelegd in het kader van de opdracht.
o    overheidsopdrachten overeenstemmende met de classificatie uit de gemeenschappelijke woordenlijst voor overheidsopdrachten (CPV codes) welke voorkomen op de lijst van overheidsbestellingen waarvoor een groot risico bestaat op oneerlijke concurrentiepraktijken. (lijst moet nog bepaald worden door de Regering op voorstel van de Economische en Sociale Raad). In dit geval betreft de vraag tot advies het geheel van de prijzen die uit de neergelegde offertes naar voor komen.
-    voor de lokale overheidsopdrachten, met een onderscheid tussen de hoedanigheid van de opsteller van het verzoek tot advies :
o    vraag van de Regering betreffende een gunningsbeslissing waarmee zij belast werd in het kader van de uitoefening van het toezicht op de lokale overheidsopdrachten :
*    betreffende abnormale prijzen blijkende uit één of meerdere offertes neergelegd in het kader van deze opdracht.
*    op het geheel van de prijzen blijkende uit de neergelegde offertes wanneer de overheidsopdrachten overeenstemmen met de classificatie uit de gemeenschappelijke woordenlijst voor overheidsopdrachten (CPV codes) welke voorkomen op de lijst van overheidsbestellingen waarvoor een groot risico bestaat op oneerlijke concurrentiepraktijken. (lijst moet nog bepaald worden door de Regering op voorstel van de Economische en Sociale Raad).
o    vraag van de aanbestedende overheid van de lokale overheidsopdracht voor de gunning ter kennis te brengen en na de nodige verantwoordingen verzameld te hebben overeenkomstig de artikels 19 en 21 van het koninklijk besluit van 15 juli 2011, indien het gaat over overheidsopdrachten overeenstemmende met de classificatie uit de gemeenschappelijke woordenlijst voor overheidsopdrachten (CPV codes) welke voorkomen op de lijst van overheidsbestellingen waarvoor een groot risico bestaat op oneerlijke concurrentiepraktijken. (lijst moet nog bepaald worden door de Regering). In dit geval betreft de vraag tot advies het geheel van de prijzen die uit de neergelegde offertes naar voor komen.

De AO die verzoekt om een advies van het Observatorium moet het geheel van de stukken bezorgen die nuttige zijn met het oog op de voorbereiding van het advies van het Observatorium bijvoegen en meer bepaald :
-    de uittreksels van de documenten van de opdracht en de technische clausules waardoor de producten, diensten en uitvoeringen met een abnormale prijs omschreven worden.
-    de prijslijsten, meetstaten en verslagen van de projectontwerpen.
-    het geheel van de bij de inschrijver verkregen verantwoordingen met betrekking tot de prijzen en de samenstelling ervan. (op basis van artikel 21,- § 3, van het KB van 15 juli 2011)

Door beroep te doen op het Observatorium wordt de aanbestedende overheid verondersteld aan het Observatorium een opdracht van verificatie toe te vertrouwen zoals voorzien door de bepalingen van het artikel 21,- § 2, van het koninklijk besluit van 15 juli 2011 betreffende de plaatsing van overheidsopdrachten in de klassieke sectoren.

Het Observatorium houdt zich aan het recht op het zakengeheim en mag deze gegevens niet gebruiken voor andere doeleinden dan deze die ressorteren onder de uitoefening van de opdrachten die het krachtens deze ordonnantie toegewezen heeft gekregen.

De adviezen en aanbevelingen van het Observatorium worden vertrouwelijk bezorgd aan de aanbestedende overheden die hierom gevraagd hebben binnen een termijn door de ordonnantie bepaald (behalve uitzondering) en eenmaal verlengbaar is. Bij niet naleving van de voorziene termijnen wordt het advies geacht verkregen te zijn. In elk geval zijn de adviezen niet bindend.

Zolang de aanbestedende overheid geen beslissing genomen heeft over de gunning van de opdracht die zij ter advies heeft voorgelegd, is het Observatorium verplicht de stukken die er in het kader van de procedure aan bezorgd zijn vertrouwelijk te behandelen.

Desgevallend worden de adviezen gepubliceerd of bekendgemaakt aan het publiek, onder meer door het jaarlijks activiteitenrapport aan de Regering gericht (en dat zal doorgezonden worden aan het Parlement), op een anonieme wijze en met inachtneming van de bepalingen inzake beroepsgeheim.


Besluiten van de Regering worden verwacht om de opdrachten van het Observatorium, vastgelegd door de ordonnantie, (bijvoorbeeld voor het bepalen van de algemene voorwaarden en algemene proceduretermijnen die van toepassing zijn op de vragen uitgaande van de aanbestedende overheid van een lokale opdracht) verder te bepalen en vast te leggen.

Het Observatorium bezorgt elk jaar een activiteitenrapport aan de Regering, die het binnen de 60 dagen na ontvangst doorstuurt naar het Brussels Parlement.

Het Observatorium kan samenwerken met gelijkaardige organisaties in België, in andere landen en op het niveau van de Europese Gemeenschap.

-----

Marie-Pascale Fantuzzi – oo@gob.irisnet.be