U bent hier: Home / Thema / Overheidsopdrachten / Nieuws / 11 augustus 2014 (1/2)

11 augustus 2014 (1/2)

Een Ordonnantie betreffende de opname van milieu- en ethische clausules in de overheidsopdrachten.
Ordonnantie van 8 mei 2014 (B.S. 06.06.2014) betreffende de opname van milieu- en ethische clausules in de overheidsopdrachten.

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft zichzelf nooit beperkingen opgelegd bij het aanmoedigen van de opneming van milieu- en ethische clausules in de overheidsopdrachten.

De huidige ordonnantie heeft als doel om de praktijken aangaande publieke aankopen die uit deze initiatieven gegroeid zijn samen te vatten, eenvormig te maken, te ontwikkelen en standvastig te maken.

Daartoe laat deze ordonnantie de in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest aanwezige aanbestedende overheden toe in hun overheidsopdrachten clausules “levenscycluskost”, milieu en ethiek op te nemen in hun bestekken van hun overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten waarvan het bedrag de 30.000€ (zonder BTW) overschrijdt. Daarenboven staat deze ordonnantie aan het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, indien zij optreedt als subsidiërende overheid, het recht toe om zulke clausules te verplichten als voorwaarde voor het toekennen van de subsidie of de uitvoeringsvoorwaarden van de subsidie.

De ordonnantie laat zich eveneens leiden door het principe van de responsabilisering van de aanbestedende overheden. Alzo zullen deze een boordtabel dienen bij te houden van hun opdracht, met als eerste doel de beheersing van hun opdrachten te verbeteren, door hun een algemeen overzicht over hun eigen werkwijze en de effecten hiervan te bezorgen. In deze tabel zullen zij zelf overgaan tot een evaluatie van de milieuclausules die weerhouden werden (met een minimale gewestelijke controle).

Wie belangt dit aan ?

Gelet op de juridische bezorgdheid komt de definitie van « aanbestedende overheid », in de ordonnantie hernomen, sterk overeen met deze die voorkomt in het artikel 2,1°, van de wet van 15 juni 2006 betreffende overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten.

Op Brussels niveau kunnen twee categorieën van aanbestedende overheden onderscheiden worden. Enerzijds, het Gewest zelf en de “geconsolideerde” instellingen en anderzijds, de overheden en organismen die een grote mate van autonomie bezitten tegenover het Gewest, namelijk de gemeenten, de intercommunales en de andere rechtspersonen zoals bedoeld onder punt c van het artikel 2, 2° van de ordonnantie, namelijk “ de personen, ongeacht hun vorm en aard…..die op de datum van het uitschrijven van de opdracht

-    opgericht zijn om specifiek te voldoen aan behoeften van algemeen belang die niet van commerciële of industriële aard zijn
-    rechtspersoonlijkheid hebben en waarvan hetzij de activiteit in hoofdzaak wordt gefinancierd door het Gewest inbegrepen de “geconsolideerde” instellingen of de Brusselse gemeenten, hetzij het beheer onderworpen is aan deze overheden of de leden van het bestuursorgaan, het leidinggevend orgaan of het toezichthoudend orgaan voor meer dan de helft door die overheden of instellingen zijn aangewezen.

Wat betreft de Brusselse openbare besturen, is de ordonnantie ondubbelzinnig van toepassing op de gemeenten en de intercommunales voor al hun overheidsopdrachten van werken, leveringen en diensten waarvan het bedrag de 30.000€ (zonder BTW) overschrijdt. Voor de overheidsopdrachten van de andere lokale overheden die onder de definitie van punt c van het artikel 2, 2° van de ordonnantie vallen, is deze enkel van toepassing wanneer hun overheidsopdracht voor minstens 10% gesubsidieerd is ofwel rechtstreeks door het Gewest, ofwel door Beliris.

Welke clausules ?

1.    De milieuclausules

De ordonnantie definieert de milieuclausule als een « bepaling met als doelstelling het milieu te vrijwaren door optimalisatie van de milieu-impact van de uitvoering van de overheidsopdracht » en somt een tiental voorbeelden van mogelijke milieuclausules (artikel 6) op , zoals :
-    reductie emissies van broeikasgassen of andere vervuilende stoffen,
-    reductie van energieverbruik en voorkeur voor hernieuwbare energiebronnen,
-    integratie van gerecycleerde materialen of goederen in het kader van een kringloopeconomie.
Het komt aan de Regering toe de milieuclausules te verdelen in 4 niveaus gaande van niveau « 0 » (not green) tot niveau 3 (best practices)
Elke aanbestedende overheid moet er over waken dat minstens 20% van het totaal van hun overheidsopdrachten en minstens 20% van het totale financiële volume van de geplaatste  overheidsopdrachten een milieuclausule bevat van niveau 2 (medium green) of van niveau 3 (best practices).

2.    De clausules levenscycluskost

De clausules levenscycluskost maken een categorie uit van de milieuclausules die rekening houden –in zoverre ze relevant zijn – met het geheel of een deel van de levenscyclus van een product, een dienst of een bouwwerk. Deze clausules hebben betrekking op het anticiperen en het in acht nemen van de kosten die het “leven” van het voorwerp van de opdracht zal meebrengen.  
De beoogde doelstelling voor de specifieke levenscycluskost is meer beperkt dan de doelstelling voor de andere milieubepalingen : minstens 30% van het totaal aantal overheidsopdrachten en minstens 30% van het financiële volume van de overheidsopdrachten moeten een clausule van levenscycluskost bevatten.

3.    De ethische clausules

De ordonnantie definieert de ethische clausule als een «  bepaling met als doelstelling de grondrechten te respecteren van personen, inzake maatschappelijke billijkheid en in het bijzonder inzake eerlijke handel ». Zij is vooral gericht op de menselijke ontwikkeling, in de betekenis die dit begrip verkrijgt in het « United Nations Program for Development » (UNPD). Het gaat bijvoorbeeld over de clausule in verband met het beroep doen op producten voortkomende uit eerlijke handelspraktijken. Ook kunnen overwegingen betreffende de aard of ethiek van het beheer in het bestek opgenomen worden.
Zoals voor de levenscycluskost is de beoogde doelstelling door de ordonnantie voor de ethische clausules vastgesteld op minstens 30% van het aantal overheidsopdrachten en minstens 30% van het financiële volume van de overheidsopdrachten die moeten onderworpen zijn aan een ethische clausule.

Doelen en middelen

De beoogde doelstellingen vastgesteld door de ordonnantie zijn van toepassing van 1 januari 2015 tot 31 december 2017.

De Brusselse regering zal in opeenvolgende driejarige termijnen nieuwe beoogde doelstellingen bepalen. Deze doelstellingen mogen voor een bepaalde categorie van clausules niet lager liggen dan de doelstellingen overeenkomende met de voorgaande termijn.

De ordonnantie voorziet verschillende middelen en mogelijkheden om de Brusselse aanbestedende overheden bij te staan om de huidige ordonnantie toe te passen en om de bepaalde doelstellingen te bereiken.

Alzo moet in de schoot van elke aanbestedende overheid een « resource person » aangeduid worden. Deze persoon heeft de opdracht te waken over de goede uitvoering van de huidige ordonnantie.

Vervolgens, en dit vanaf 1 januari 2015, dient elke aanbestedende overheid een boordtabel bij te houden die al de overheidsopdrachten die door deze overheid werden afgehandeld in de loop van het jaar en de aan de gang zijnde overheidsopdrachten moet bevatten. Deze tabel preciseert de aanwezigheid van bijzondere clausules in de documenten van de opdracht, de status van deze clausules en voor de milieuclausules hun niveau.

De boordtabel moet de aanbestedende overheid toelaten zelf na te gaan of zij in gunstige zin evolueert om de beoogde doelstellingen in de 3 types van clausules te bereiken.

Het komt aan de Brusselse regering toe te waken over de organisatie van de vorming van de «rersource-persons», om een model van boordtabellen vast te stellen en de regels voor publicatie van deze tabellen te bepalen.

-----
Raadpleeg de Ordonnantie betreffende de opname van milieu- en ethische clausules in de overheidsopdrachten

Jean-François BROUWET - – oo@gob.irisnet.be