Beslissingsbevoegdheid

Net als elke publiekrechtelijke persoon zijn de plaatselijke besturen rechtspersonen die enkel via organen of personen die speciaal gemachtigd zijn om hen juridisch te verbinden, kunnen optreden in het kader van de plaatsing, de toewijzing en de uitvoering van overheidsopdrachten.

Door te verduidelijken dat voor andere publiekrechtelijke rechtspersonen dan de federale overheid en de instellingen die onder haar hiërarchische gezag vallen "[...] de bevoegdheden voor het plaatsen en uitvoeren van opdrachten uitgeoefend [worden] door de overheden en organen bevoegd krachtens de bepalingen van een wet, decreet, ordonnantie, reglement of statuut", verwijzen de bepalingen van artikel 169, tweede lid van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten uitdrukkelijk naar de regelgeving over de bevoegdheden inzake overheidsopdrachten en naar de wettelijke bepalingen die eigen zijn aan elke overheidsinstelling.

Artikel 63, tweede lid van de wet van 17 juni 2016 betreffende de concessieovereenkomsten voorziet in gelijkaardige bepalingen voor concessieovereenkomsten.

Hieronder wordt verwezen naar de wettelijke bepalingen die van toepassing zijn voor gemeenten, openbare centra voor maatschappelijk welzijn, de meergemeentelijke politiezones en de kerkfabrieken.

Plaatselijk bestuur

Toepasselijke bepalingen

Gemeente
Nieuwe Gemeentewet van 24 juni 1988 (geldige vorm in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest)
Artikelen 234, 234bis en 236
Openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn
Organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn van 8 juli 1976 (geldige vorm in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest)
Artikelen 27, § 1 ter, 46, § 2, 4°, 84 en 94, § 3, c).
Meergemeentelijke politiezone
Wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus
Artikel 33
Kerkfabriek
Keizerlijk Decreet van 30 december 1809 op de kerkfabrieken (geldige vorm in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest)
Artikel 28
 
Koninklijk besluit van 15 maart 1988 tot organisatie van de raden van de kerkfabrieken van de orthodoxe eredienst
Artikel 3
 
Koninklijk besluit van 15 maart 1886 houdende organisatie van de Anglicaanse eredienst
 
Koninklijk besluit van 7 februari 1876 houdende inrichting der bestuurraden bij de protestantsche kerken
Artikel 12
 
Koninklijk besluit van 7 februari 1876 houdende inrichting der bestuurraden bij de synagogen
Artikel 12
 
Ordonnantie van 29 juni 2006 betreffende de inrichting en de werking van de islamitische eredienst
Artikelen 3 en 4

Wat de andere types plaatselijke aanbestedende overheden betreft, kan de basis voor de beslissingsbevoegdheid een meervoudige oorsprong hebben.

Voor de instellingen bedoeld door de ordonnantie van 5 juli 2018 betreffende de specifieke gemeentelijke bestuursvormen en de samenwerking tussen gemeenten (gemeentebedrijven, gemeentelijke en meergemeentelijke vzw's, intercommunales, verenigingen van algemeen belang), bevindt deze wettelijke basis zich in de specifieke bepalingen van deze ordonnantie, alsook, op basis van de gekozen rechtsvorm, in de basisregelgeving met betrekking tot deze rechtsvorm (Wetboek van Vennootschappen of wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de stichtingen en de Europese politieke partijen en stichtingen). En naast de algemene regels in dit basisregelgevingskader moeten de statuten de bijzondere bepalingen vaststellen inzake de samenstelling en de bevoegdheden van de beheer- en controleorganen.