U bent hier: Home / Thema / Overheidsopdrachten / Focus / 24 juli 2014

24 juli 2014

Nieuwe werken bestaande uit de herhaling van soortgelijke werken kunnen enkel aan de aanbestedingshouder van de oorspronkelijke opdracht gegund worden indien deze laatste beschikt over de vereiste erkenning.
Nieuwe werken bestaande uit de herhaling van soortgelijke werken kunnen enkel aan de aanbestedingshouder van de oorspronkelijke opdracht gegund worden indien deze laatste beschikt over de vereiste erkenning.


Een eerste opdracht werd gegund door beslissing van het college van burgemeester en schepenen door een openbare aanbesteding (bij toepassing van de wet van 24 december 1993) voor een bedrag van +/- 200.000€ (BTW inbegrepen).
In het bestek werd, in toepassing van de bepalingen van artikel 17.- § 2, 2°, b) van de wet van 24 december 1993, in de mogelijkheid voorzien voor de aanbestedende overheid over te gaan tot de gunning aan dezelfde aanbestedingshouder van soortgelijke werken binnen een periode van drie jaar na het gunnen van de oorspronkelijke opdracht.
De opdracht bedoeld door deze herhaling betrof voor het grootste gedeelte dezelfde prestaties, maar de raming bedroeg ongeveer 700.000€ (BTW inbegrepen) om reden van een verhoging van de vermoedelijke hoeveelheden van bepaalde posten van de samenvattende meetstaat, die derhalve een erkenning in de klasse 4 vereist. Nochtans beschikte de aanbestedingshouder van de oorspronkelijke opdracht slechts over een erkenning in de klasse 3.
Rekening houdende met het feit dat de herhaling van een soortgelijke opdracht een nieuw contract vormt tussen de gemeenten en de oorspronkelijke aanbestedingshouder, dienen alle voorwaarden verenigd te zijn vanaf het begin van deze nieuwe procedure.
Enkel beschikkende over een erkenning in de klasse 3, rekening houdende met de raming van de opdracht, kon de oorspronkelijke aanbestedingshouder deze nieuwe opdracht niet gegund krijgen. Met andere woorden, wanneer een aanbestedende overheid besluit de bepalingen van artikel 17.- § 2, 2°, b) van de wet van 24 december 1993 – thans het artikel 26, § 1e,2e, b) van de wet van 15 juni 2006- toe te passen, dient gewaakt te worden over het feit dat deze nieuwe procedure beantwoordt aan de mogelijkheid van de oorspronkelijke aanbestedingshouder.
De betrokken beraadslaging werd vernietigd door ministerieel besluit.

Albert FRANCOIS – oo@gob.irisnet.be