U bent hier: Home / Thema / Overheidsopdrachten / De overheidsopdrachten en concessieovereenkomsten van de lokale besturen

De overheidsopdrachten en concessieovereenkomsten van de lokale besturen

Voorstelling 

De Brusselse lokale besturen – zoals alle lokale besturen van het land – spelen een essentiële rol op economisch vlak en hun deel in de publieke investeringen is verhoudingsgewijs groter dan deze van hun begrotingen.

Zoals elke aanbestedende overheid, hebben zij de vrije keuze – op een discretionaire wijze – het middel door hetwelke zij hun opdrachten menen te moeten vervullen te weerhouden. Wanneer, eerder dan beroep te doen op hun eigen administratieve en technische middelen ( de eigen diensten en personeel), een gemeente of elke andere lokale overheid besluit tot het outsourcen van het voldoen aan een noodwendigheid tegen een vergoeding en besluit tot het afsluiten van contracten onder bezwarende titel met een organisme bekleed met een eigen rechtspersoonlijkheid – van publiek recht of privaat recht ( particulieren, rechtspersonen) – kan dit contact vallen onder de voorwaarden gesteld door de reglementering op de overheidsopdrachten of op de concessieovereenkomsten.

De overheidsopdrachten welke zij dagelijks plaatsen in het kader van hun bevoegdheden, zowel voor investeringen als voor bestellingen in het kader van hun dagelijks bestuur hebben een belangrijke impact op het lokale, regionale en zelfs nationale of Europese economische weefsel daar wat dit laatste niveau betreft zij, vanaf bepaalde drempels verplicht zijn, in tegenstelling tot andere aanbestedende overheden, een in mededingingstelling en een Europese publicatie voor hun opdrachten te verzekeren.

 

De overheidsopdrachten van de gemeenten

Om de bevoegdheden en taken die haar ten deel vallen te verzekeren (artikel 117 en 123 van de NGW) kan de gemeente gedwongen zijn, gelet op de omstandigheden, opdrachten van werken (aanleggen en onderhoud wegennet, bouwwerkzaamheden, renovatie en onderhoud gebouwen van de administratie of woongelegenheden, school-, sport en culturele infrastructuur), van leveringen (machines, werktuigen en voertuigen, informaticamateriaal en toebehoren), verschillende technische en administratieve leveringen (strooizout, papierwaren, bouwmaterialen, ijzerwaren, onderhouds-producten, schoolmaterialen) en van diensten (projectontwikkelaars, schoolmaaltijden, verzekeringen, financiële leningen) te plaatsen.

 

De overheidsopdrachten van de OCMW’s

Door het toewijzen aan de OCMW van de opdracht tot maatschappelijke dienstverlening met het doel “eenieder in de mogelijkheid te stellen een leven te leiden dat beantwoordt aan de menselijke waardigheid”, heeft de wetgever, vanaf het artikel 1 van de wet van 8 juli 1976, het werkterrein breed opengesteld en derhalve ook de werkingsmiddelen om dit doel te bereiken. Om te beantwoorden aan zijn opdrachten vastgelegd door het hoofdstuk IV van deze wet delegeert het OCMW een niet verwaarloosbaar deel van prestaties die derhalve vallen onder de toepassing van de bepalingen van artikel 17 van de wet van 17 juni 2016. De overheidsopdrachten in dit kader geplaatst, betreffen zowel sociale taken zelf, zoals de levering van maaltijden aan huis als de administratieve werking van de instelling (administratieve werkingsmiddelen, informatica, verzekeringen, onderhoud en beheer van de infrastructuur).

Het OCMW beschikt over zijn eigen patrimonium. In toepassing van artikel 75 van de wet van 8 juli 1976 wordt dit beheerd en bestuurd “op de wijze door de wet vastgesteld voor de gemeentegoederen” (door middel van bepaalde eigen specificiteiten) en behelst achtereenvolgens onroerende eigendommen waarvan gebruik gemaakt wordt ter vervulling van zijn opdrachten van openbare dienst, zoals de administratiegebouwen, hospitalen, rusthuizen en inrichtingen voor jeugdbijstand en tevens de onroerende eigendommen behorende tot zijn privé-domein waarvan hij eigenaar is als juridische persoonlijkheid en die niet gebruikt worden voor het vervullen van zijn openbare opdrachten (terreinen, huizen etc.). Het beheer van dit patrimonium - bouw, renovatie, onderhoud – of het van openbare of privé aard is, moet uitgevoerd worden door het in mededinging stellen wanneer het niet uitgevoerd wordt door de eigen diensten van het centrum. Door zijn activiteiten is het OCMW voor het uitvoeren van zijn opdrachten onderworpen aan de regels vastgesteld door de Titel 2 van de wet van 17 juni 2016.

 

De overheidsopdrachten van de intercommunales

De activiteiten van de intercommunales binnen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest behelzen verscheidene domeinen zoals het verdelen van elektriciteit en gas, de teledistributie, de verdeling en zuivering van het water, cultuur (muziekacademie) of de begrafenissen (teraardebestelling of crematie).

Deze activiteiten behoren zowel tot de “klassieke sectoren” als tot de “speciale sectoren”. Alzo, is de intercommunale wanneer zij overheidsopdrachten uitvoert om te beantwoorden aan noodwendigheden behorende tot de klassieke sectoren gehouden de algemene bepalingen van de reglementering zoals zij zijn uitgewerkt in de Titel 2 van de wet van 17 juni 2016 toe te passen in navolging van de opdrachten geplaatst door de aanbestedende overheden die gewoonlijk in deze sectoren werkzaam zijn zoals de gemeenten die zij vormen. Wanneer de intercommunale een opdracht uitvoert in het kader van een uitbating of bevoorrading van een net van drinkwaterbedeling, van gas of elektriciteit (bijvoorbeeld een opdracht van werken voor het plaatsen van een waterleiding) zal zij de bepalingen van de Titel 3 van de wet van 17 juni 2016 toepassen. Een intercommunale kan ook verplicht zijn een opdracht uit te voeren die verschillende activiteiten behelst, gedeeltelijk in de klassieke sectoren (bijvoorbeeld wegeniswerken) en gedeeltelijk in de speciale sectoren (het vernieuwen van gasleidingen). Zij zal de regels volgen van toepassing zijnde op de activiteit welke het grootste deel uitmaakt voor de uitvoering van de opdracht. Indien het objectief onmogelijk is vast te stellen voor welk deel deze activiteit voornamelijk bestemd is, zal de overheidsopdracht gegund worden volgens de regels van Titel 2 van de wet van 17 juni 2016.

 

De overheidsopdrachten van de autonome gemeentebedrijven

In toepassing van het artikel 263bis van de NGW, bepaalt het koninklijk besluit van 10 april 1995 een beperkende lijst van zestien activiteiten voor dewelke de gemeenteraad een autonoom gemeentebedrijf kan oprichten. Deze activiteiten behoren zowel tot de “klassieke sectoren” als tot de “speciale sectoren” en het autonoom gemeentebedrijf is gehouden tot het toepassen van de regels van toepassing zijnde op de activiteit welke het grootste deel uitmaakt voor de uitvoering van de opdracht. Indien het objectief onmogelijk is vast te stellen voor welk deel deze activiteit voornamelijk bestemd is, zal de overheidsopdracht gegund worden conform artikel 22 van de wet van 17 juni 2016.

De drie autonome gemeentebedrijven die thans binnen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest opgericht zijn, zijn enkel actief in domeinen die behoren tot de “klassieke sectoren”, namelijk de bouw en het beheer van gebouwen en openbare infrastructuren zoals een zwembad of een parking (bedrijf Etterbeek) en op cultureel vlak (Museum van de chocolade in Koekelberg).

Deze bedrijven plaatsen binnen dit kader overheidsopdrachten van werken uit ( bouw of renovatie) of van diensten (projectontwikkelaars, ontwikkeling decorontwerp,…).

 

De overheidsopdrachten van de Kerkfabrieken

Het artikel 37 van het keizerlijk decreet van 30 december 1809 betreffende de kerkfabrieken bepaalt de algemene lasten die de kerkfabriek dient te dragen. Buiten de nodige leveringen voor de uitoefening van de godsdienst (zoals altaarversieringen, linnen, wijn, brood, wierook …), is de kerkfabriek ook belast met de decoratie en verfraaiing van het interieur van de kerk en is gehouden te waken over het onderhoud van de kerk, pastorieën en kerkhoven. Deze opdrachten vallen eveneens onder de Titel 2 van de wet van 17 juni 2016.