U bent hier: Home / Thema / Overheidsopdrachten / De controle

De controle

Wat betreft de beslissingen van de gemeenten

De controle op de wettelijkheid van de beslissingen betreffende de plaatsing en gunning van de overheidsopdrachten wordt geregeld door de ordonnantie van 14 mei 1998 houdende regeling van het administratief toezicht op de gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en het besluit van de Regering van 16 juli 1998 betreffende de overlegging aan de regering van de akten van de gemeenteoverheden met het oog op het administratief toezicht.

Deze beslissingen zijn vatbaar voor een schorsingsmaatregel of een vernietiging indien zij de wet schenden en/of het algemeen belang schaden. Deze bevoegdheid wordt in zijn totaliteit uitgeoefend door de Regering die wat betreft de overheidsopdrachten van de gemeenten deze heeft gedelegeerd aan de Minister-President.

Om dit toezicht mogelijk te maken, dienen de gemeenten binnen de 20 dagen de beslissingen betreffende de overheidsopdrachten waarvan het geraamde bedrag gelijk aan of hoger is dan 175.000 EUR (zonder BTW) door te sturen.

De Regering beschikt over 30 dagen vanaf de ontvang van de akte om een schorsings- of een vernietigingsmaatregel te nemen. Deze termijn kan eenmalig door de Regering verlengd worden met een termijn van 15 dagen.
 

Wat betreft de beslissingen van de OCMW

Het toezicht op de beslissingen betreffende overheidsopdrachten van de OCMW is geregeld door de bepalingen van het artikel 111 van de wet van 8 juli 1976.

Twee overheden, het college van burgemeester en schepenen van de betrokken gemeente en het verenigd college van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie oefenen het algemene toezicht van schorsing of vernietiging uit wanneer de beslissing de wet schendt of het algemeen belang schaadt.

Alle beslissingen aangaande de plaatsing en de gunning van overheidsopdrachten moeten aan de toezichthoudende overheid doorgezonden worden binnen de 20 dagen.

Wat betreft de beslissingen van de politiezones

 

Het toezicht op de overheidsopdrachten van de zes meergemeentelijke politiezones van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wordt geregeld door:

 

  • de ordonnantie van 19 juli 2001 houdende regeling van het administratief toezicht op de meergemeentelijke politiezones van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (B.S. 29 september 2001).
  • het besluit van de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 19 juli 2001 betreffende de overlegging aan de Regering van de akten van de overheden van de meergemeentelijke politiezones met het oog op de uitoefening van het administratief toezicht. (B.S. 29 september 2001).

 

Dit toezicht wordt uitgeoefend op dezelfde wijze als deze geldende voor het toezicht op de gemeenten (12 – 15).

 

De artikels 86 en 87 van de wet van 7 december 1998 stellen een specifiek algemeen toezicht in wat betreft de beslissingen van de politieraad of het politiecollege verband houdende zowel met de bepaling van de gunningswijze en de voorwaarden als met de gunning van de overheidsopdrachten waarvan het voorwerp geregeld is door de wettelijke en reglementaire voorschriften met betrekking tot de lokale politie, met de normen in verband met de uitrusting ( uniformen, kentekens, legitimatiekaarten, en andere middelen van identificatie), bewapening en organisatie en werking (artikels 141 en 142 van deze zelfde wet). Met andere woorden, wat betreft dit type van opdrachten, kan een dubbel toezicht ingesteld worden te vergelijken met de situatie in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest waar thans bestaat :

 

  • het algemene specifieke toezicht (schorsing of vernietiging) door de Gouverneur van het administratief arrondissement van Brussel-Hoofdstad of door de Minister van Binnenlandse Zaken die betrekking heeft op de overeenstemming van de opdrachten met de voormelde bepalingen en normen en de normen vastgesteld op federaal niveau;
  • het gewone administratieve toezicht van de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest op de controle van de wettelijkheid van de opdrachten ten opzichte van de terzake geldende wetgeving.

Het samenwerkingsakkoord tussen de Federale staat en de Gewesten betreffende het uitoefenen van het specifieke toezicht ingesteld door de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus (B.S. 19 april 2002) is er op gericht dit dubbel toezicht in werking te stellen met het oog op het beperken van tegenstrijdige beslissingen genomen door verschillende overheden.

 

Wat betreft de beslissingen van de intercommunales

 

Het toezicht op de intercommunales waarvan het werkterrein de grenzen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest niet overschrijdt, werd ingesteld door de ordonnantie van 19 juli 2001 (B.S. 29 september 2001). Deze verplicht de intercommunales alle beslissingen van de algemene vergadering en van de raad van bestuur aangaande de plaatsing van overheidsopdrachten door te sturen aan de toezichthoudende overheid (artikel6). Deze kunnen geschorst of vernietigd worden in toepassing van de bepalingen van de artikels 7 en 8.

 

De intercommunales hebben 20 dagen om hun akten door te sturen en de toezichthoudende overheid 40 dagen om een maatregel van schorsing of vernietiging te nemen.