U bent hier: Home / Thema / Financiën / Begrotingen & jaarrekeningen / Europees rekeningenstelsel

Europees rekeningenstelsel

De Europese Commissie heeft een essentieel controle-instrument in het leven geroepen om toezicht te houden op de nationale rekeningen en de overheidsfinanciën in het bijzonder: het Europees rekeningenstelsel (ESR).

Download de Powerpoint presentatie (.ppt)


Om bruikbaar te zijn, moet de nationale boekhouding aan een zeker aantal criteria voldoen. Ze moet meer bepaald vergelijkingen in de tijd mogelijk maken en zodanig gestructureerd zijn dat ze alle nuttige elementen kan aanreiken voor een analyse van de verhoudingen tussen de verschillende bestanddelen van de economie van een land.

Om een internationale vergelijking van macro-economische gegevens te vereenvoudigen, hebben de bureaus voor statistiek identificatiecriteria voor economische eenheden ontwikkeld.

Deze eenheden zijn onderverdeeld in 5 institutionele sectoren:

•    Niet-financiële vennootschappen
•    Financiële instellingen
•    Overheid
•    Gezinnen
•    Instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van gezinnen

De overheidssector omvat vier subsectoren:

a) Centrale overheid (S.1311);
b) Deelstaatoverheden (S.1312);
c) Lagere overheden (S.1313);
d) Wettelijke sociale-verzekeringsinstellingen (S.1314).

Het nut van het Europees rekeningenstelsel staat of valt met de recente aard van de statistieken die het verschaft. Het moet zijn gebaseerd op ondubbelzinnige werkingsregels voor alle gebruikers, om de transparantie te verzekeren en niet aan zijn doel voorbij te schieten. Binnen de supranationale instellingen voor statistiek werd dan ook een aantal normen ontwikkeld om met die eis rekening te houden.
Voor de lidstaten van de Europese Unie wordt momenteel het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen 1995 (kortweg “ESR 95”) als referentie gehanteerd.

Ook het Brussels Hoofdstedelijk Gewest moet toezien op de naleving van de ESR-normen

De verbintenissen die de lidstaten ten aanzien van de Europese Unie zijn aangegaan, nemen de vorm aan van meerjaarlijkse stabiliteitsprogramma’s (op dit ogenblik het stabiliteitsprogramma 2012-2015).

De begrotingsdoelstellingen (-inspanningen) zijn verdeeld over Entiteit I (federale overheid en sociale zekerheid) en Entiteit II (gemeenschappen, gewesten en lokale besturen) en maken het voorwerp uit van samenwerkingsakkoorden.
Tot in 2009 werd er in de samenwerkingsakkoorden geen aparte melding gemaakt van de lokale besturen, maar wel van andere bestuursniveaus waarvoor er duidelijke doelstellingen onderhandeld en toegelicht werden.
In september 2009, en in het kader van het Belgische stabiliteitsprogramma 2009-2011, sloot de federale staat een samenwerkingsakkoord met de gewesten in hun hoedanigheid van toezichthouder op de lokale besturen, waarbij de gewesten zich verbonden tot “een strikte naleving van de ESR 95 normen door de lokale besturen”. Er werd voorzien in een overgangsperiode (2012-2013).

Hoewel dit nieuwe systeem geen wijzigingen in de gemeentelijke boekhouding oplegt, heeft zijn verplichte inpassing in de rekeningen van lokale besturen heel wat inkt doen vloeien en tot ongerustheid bij sommige gemeentebesturen geleid. Die ongerustheid houdt vooral verband met een mogelijke vertraging in gemeentelijke investeringen als een gevolg van die integratie in het ESR. Het ESR is immers een boekhouding van financiële stromen: leningen voor het financieren van lokale investeringen worden daarbij niet als inkomsten beschouwd. Wanneer men weet hoe groot het aandeel van lokale besturen in overheidsinvesteringen is (47% van de overheidsinvesteringen in België), gaat het hier niet om een verwaarloosbaar aspect van de economische bedrijvigheid. Daarnaast maken sommige gemeenten zich zorgen over mogelijke onevenwichten op het vlak van investeringsvermogen tussen grote en kleine gemeenten en tussen gemeenten met een verschillende financiële situatie.

Nieuw Europees begrotingskader en gewijzigd toezichtskader

De economische en financiële crisis, gevolgd door de crisis van de overheidsschulden, hebben leemtes aan het licht gebracht in het Europese begrotingstoezicht zoals dat rond het Stabiliteits- en Groeipact is georganiseerd.
Er werden verschillende initiatieven ondernomen om dat toezichtskader te versterken en bij te dragen tot een verbeterde werking van de economische en monetaire unie.
Het gaat om een reeks van 6 teksten, en onze aandacht gaat vooral uit naar de tekst over de nieuwe vereisten voor de nationale begrotingskaders (Richtlijn 2011/85/EU van de Raad).
De lidstaten moeten deze richtlijn uiterlijk op 31 december 2013 in hun nationale wetgeving hebben omgezet.
Een wijziging van de Gemeentewet zal binnenkort door het Brusselse Parlement worden aangenomen om aan die eis te voldoen.

Parallel met die werkzaamheden, die met een groot aantal vergaderingen gepaard gaan, heeft Brussel Plaatselijke Besturen in 2012 de nodige wetswijzigingen voorbereid (nieuwe Gemeentewet) om rekening te houden met het nieuwe begrotingskader dat op alle bestuursniveaus van toepassing is.

 

FOCUS op Eurostat

Eurostat is het statistisch bureau van de Europese Unie dat als taak heeft om statistieken aan de Europese Unie te bezorgen waarmee vergelijkingen tussen landen en regio’s kunnen worden gemaakt.
Zijn controlebevoegdheden werden onder meer uitgebreid door:

- Verordening (EG) 679/2010 van de Raad tot wijziging van verordening (EG) 479/2009 wat betreft de kwaliteit van de statistische gegevens: deze verordening verleent Eurostat meer controlebevoegdheden voor gegevens die door de Lidstaten worden meegedeeld. Eurostat controleert regelmatig de kwaliteit van de gegevens die de Lidstaten meedelen en de overheidsrekeningen die volgens het ESR zijn opgemaakt.

- Verordening (EG) 479/2009 van de Raad betreffende de toepassing van het aan het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap gehechte protocol betreffende de procedure bij buitensporige tekorten: deze verordening legt lidstaten de verplichting op om Eurostat twee maal per jaar (eind maart en eind september) gegevens over de buitensporigtekortprocedure (BTP) mee te delen. Deze gegevens worden meegedeeld in geharmoniseerde tabellen. Deze tabellen zijn zodanig ontworpen om een samenhangend kader te verlenen aan de kennisgeving van tekorten en van de evolutie van de schuld, via een link naar de nationale begrotingstotalen.

Het INR is de Belgische instelling die als taak heeft om verslag uit te brengen aan Eurostat in het kader van de BTP.

Het Instituut voor de Nationale Rekeningen (INR), opgericht bij wet van 21 december 1994, brengt drie bij wet aangeduide instellingen samen: het Nationaal Instituut voor de Statistiek, de Nationale Bank van België en het Federaal Planbureau.
Met medewerking van deze instellingen, maar onder eigen verantwoordelijkheid, moet het Instituut economische statistieken, analyses en vooruitzichten opstellen.