U bent hier: Home / Thema / Financiën / Begrotingen & jaarrekeningen / Termijnen betreffende de jaarrekening

Termijnen betreffende de jaarrekening

 

Terug

De rekening van het OCMW is zowel onderworpen aan het bijzonder toezicht van de gemeenteraad (goedkeuringstoezicht) als aan het algemeen toezicht van het Verenigd College. Het Verenigd College heeft hiervoor zestig dagen (art. 111, par.4 van de organieke wet), te rekenen vanaf de overzending zoals voorgeschreven in artikel 89 par.2 van de organieke wet. Indien echter de gemeenteraad beslist tot niet-goedkeuring van de rekening, wordt de rekening voorgelegd aan het Verenigd College om de rekening definitief vast te stellen en is deze dus onderworpen aan een bijzonder toezicht van het Verenigd College.

 

Artikel 89 van de organieke wet van 8 juli 1976

§ 1. De raad voor maatschappelijk welzijn stelt elk jaar vóór 15 juni de rekening vast van het voorgaande dienstjaar van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn en van elk ziekenhuis dat onder zijn beheer staat.

Tijdens de vergadering waarop de raad voor maatschappelijk welzijn deze rekeningen vaststelt, brengt de voorzitter verslag uit over de financiële toestand van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn en over het gevoerde beheer tijdens het voorafgaande dienstjaar, inzake de uitvoering van de begrotingsvooruitzichten, evenals wat betreft de ontvangst en het gebruik van de toelagen toegekend door de Staat krachtens de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie en de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. Het jaarverslag wordt samen met de rekeningen doch met uitsluiting van de verantwoordingsstukken, ten minste zeven vrije dagen voor de vergadering, aan elk lid van de raad voor maatschappelijk welzijn meegedeeld.

§ 2. De raad voor maatschappelijk welzijn verleent tijdens de eerstvolgende vergadering na de kennisgeving van de goedkeuring van de rekeningen, krachtens artikel 112ter, kwijting aan de financieel directeur. De kwijting is slechts rechtsgeldig voor zover de ware toestand niet vrijwillig werd verborgen door weglatingen of onjuiste opgaven in de jaarrekeningen.

§ 3. De beslissing van het niet verlenen van kwijting aan de financieel directeur wordt zonder verwijl aan de financieel directeur, de gemeenteraad en het Verenigd College betekend. Is er bij een definitieve beslissing over de kwijting een tekort vastgesteld, dan verzoekt de raad voor maatschappelijk welzijn de financieel directeur, bij aangetekende brief, een gelijk bedrag in de kas van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn te storten; in dat geval is artikel 93, § 4, van toepassing, onder dezelfde voorwaarden en volgens dezelfde procedure.