U bent hier: Home / Thema / Financiën / Financiële toestand / Pensioenen

Pensioenen

£

Impact van de responsabiliseringsbijdragen, voor het dienstjaar 2012 verschuldigd door de plaatselijke besturen die bij de RSZPPO zijn aangesloten

Verwittiging

De hieronder vermelde bedragen zijn voorlopige ramingen, in afwachting van de definitieve bedragen. Zodra die voor alle 19 gemeenten zijn ontvangen, zal u op deze pagina een geactualiseerde analyse worden aangeboden.


De wet van 24 oktober 2011 “tot vrijwaring van een duurzame financiering van de pensioenen van de vastbenoemde personeelsleden van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten en van de lokale politiezones, tot wijziging van de wet van 6 mei 2002 tot oprichting van het fonds voor de pensioenen van de geïntegreerde politie en houdende bijzondere bepalingen inzake sociale zekerheid en houdende diverse wijzigingsbepalingen” heeft verschillende veranderingen met zich mee gebracht.

Die houden vooral verband met de responsabiliseringsbijdrage bovenop de basispensioenbijdrage die verschuldigd is door de plaatselijke besturen die aangesloten zijn bij het solidaire pensioenfonds van de RSZPPO.

Deze responsabiliseringsbijdrage is enkel van toepassing op plaatselijke besturen waarvan het bedrag van de pensioenbijdragen lager is dan de werkelijke pensioenlast, of plaatselijke besturen met een “solidair tekort”. Zoals artikel 19 van de voornoemde wet stipuleert, wordt de coëfficiënt zodanig vastgesteld dat hij de uitgaven dekt die door het solidaire pensioenfonds van de RSZPPO moeten worden gedragen. Daar de responsabiliseringscoëfficiënt die op het solidair tekort wordt toegepast bovendien niet meer dan 100% kan bedragen, blijven de plaatselijke besturen die een responsabiliseringsbijdrage moeten betalen, nog altijd bevoordeeld ten opzichte van het geval waarin ze niet zouden zijn aangesloten en de werkelijke pensioenlast volledig zouden moeten dragen.

En hoewel deze responsabilisering enkel een weerspiegeling is van de solidariteit die het plaatselijke bestuur geniet, vormt zij toch een bijkomende uitgave in vergelijking met de voorgaande dienstjaren. Dit maakt het bereiken van een begrotingsevenwicht nog moeilijker, iets waarover de Vereniging van de Stad en de Gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (VSGB), de Union des Villes et Communes de Wallonie (UVCW) en de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) hun ongenoegen hebben laten blijken ten overstaan van de federale regering.

De responsabiliseringsbijdrage wordt vanaf het dienstjaar 2012 op het solidair tekort berekend. Toch verstrijkt er een jaar tussen het betrokken dienstjaar en de datum waarop de responsabiliseringsbijdrage verschuldigd is. De responsabiliseringscoëfficiënt wordt immers het jaar nadien vastgesteld (artikel 19), terwijl het definitief verschuldigde bedrag aan de RSZPPO pas gekend is in september van het jaar waarin het moet worden betaald (artikel 21), en dit uiterlijk op 31 december.
 

Welke impact op de Brusselse plaatselijke besturen?

De meest recente ramingen die de RSZPPO op 4 juni 2013 aan de gewestelijke overheidsdienst van Brussel heeft meegedeeld (en die overeenstemmen met de brieven die op 29 maart 2013 naar de plaatselijke besturen werden verzonden), maken gewag van  een totale responsabiliseringsbijdrage voor 2012 (en verschuldigd op 31 december 2013) van 17 581 796 euro voor de gemeenten en OCMW’s en van 4 072 278 euro voor de politiezones, of samen 21 654 073 euro.

Voor de ziekenhuizen komt de responsabiliseringsbijdrage voor 2012 (en verschuldigd op 31 december 2013) neer op een bedrag van 4 501 140 euro.

In die laatste ramingen is de responsabiliseringscoëfficiënt opgetrokken van 40,61% naar 45,00%.

De RSZPPO had overigens al eind december 2011 eerste ramingen aan de plaatselijke besturen bezorgd en op 5 december 2012 herziene ramingen voor sommige plaatselijke besturen naar de gewestelijke overheidsdienst van Brussel verzonden.

De bijdrage werd destijds geraamd op 19 138 302 euro voor de gemeenten en OCMW’s en op 0 euro voor politiezones. Voor de ziekenhuizen ging het om een geraamde bijdrage van 11 151 385 euro.

De herziene ramingen hebben niet dezelfde impact op alle plaatselijke besturen. Vooral de volgende veranderingen vallen op (naast de gestegen responsabiliseringscoëfficiënt):
•    De herevaluatie van de bijdragende loonmassa, met een daling van de loonmassa in verschillende gemeenten, OCMW’s en politiezones.
•    Alle politiezones hadden volgens de eerste ramingen te veel bijgedragen, maar twee ervan hebben intussen een tekort opgelopen omwille van de fors toegenomen pensioenlasten in de nieuwe ramingen.
•    De daling van de werkelijke pensioenlast van de ziekenhuizen, waarvoor het solidair tekort afneemt en dus ook het bedrag van de responsabiliseringsbijdrage.


De onderstaande tabellen geven de berekeningen in detail weer.

Er moet worden aangestipt dat een hogere loonmassa weliswaar voor een lagere responsabiliseringsbijdrage zorgt maar tegelijk ook voor een stijging van de basispensioenbijdragen. Een plaatselijk bestuur dat geen solidair tekort heeft, geniet niet van het deel van het solidair tekort waarvoor geen bijdrage verschuldigd is (de responsabiliseringscoëfficiënt kan niet meer dan 100% bedragen). Op dezelfde manier zal een plaatselijk bestuur waarvan de basispensioenbijdragen hoger liggen dan zijn werkelijke pensioenlast, geen terugbetaling van de te veel betaalde bijdragen ontvangen.


Welke toekomstige impact op de Brusselse plaatselijke besturen?

De responsabiliseringscoëfficiënt zal 45,00% of meer bedragen. Artikel 19 §2 van de wet van 24 oktober 2011 stipuleert dat “de responsabiliseringscoëfficiënt niet verlagen kan ten opzichte van het voorgaande jaar en dit indien nodig aanleiding geeft tot een verlaging van de basisbijdragevoet om dit te bereiken.”

De belangrijkste variabelen die de impact van de responsabilisering bepalen, zijn dan ook:
•    Het benoemingsbeleid van het plaatselijk bestuur versus zijn werkelijke pensioenlast, wat een invloed kan hebben op het bedrag van het solidair tekort waarop de responsabiliseringscoëfficiënt wordt toegepast;
•    Het benoemingsbeleid van alle aangesloten plaatselijke besturen, van welk gewest ook: wanneer de meeste plaatselijke besturen een benoemingsbeleid voeren dat op een stijging van de bijdragende loonmassa en een daling van de responsabiliseringsbijdrage gericht is, zal de RSZPPO zijn ontvangsten zien toenemen. En omdat hij de responsabiliseringscoëfficiënt niet kan verminderen, zou dit kunnen leiden tot een vermindering van de basisbijdragen – wat op zijn beurt de bedragen van de nog bestaande solidaire tekorten zou doen stijgen.


Conclusies

De niet verwaarloosbare last van de responsabilisering van verschillende Brusselse plaatselijke besturen moet worden gerelativeerd in verhouding tot de last die ze hadden moeten dragen, mochten ze niet zijn aangesloten.

In een dergelijk geval kan men verwachten dat de responsabiliseringsbijdragen gelijk zijn aan of meer bedragen dan de huidige bijdragen, naargelang van de evolutie van de responsabiliseringscoëfficiënt (zal voor de volgende dienstjaren 45,00% of meer bedragen), tenzij de evolutie van de werkelijke pensioenlast en van de bijdragende loonmassa van sommige plaatselijke besturen tot een vermindering van hun solidaire tekorten zou leiden.

Indien de meerderheid van de Belgische plaatselijke besturen die bij de RSZPPO zijn aangesloten, een benoemingsbeleid voert waarbij hun bijdragende loonmassa voldoende stijgt zodat de ontvangsten van de RSZPPO sneller toenemen dan zijn uitgaven, zouden de basispensioenbijdragen kunnen dalen waardoor de pensioenlasten voor alle plaatselijke besturen zouden afnemen. De plaatselijke besturen die nog een solidair tekort hebben, zouden hun responsabiliseringsbijdrage daarentegen zien stijgen bij een onveranderde responsabiliseringscoëfficiënt, aangezien de werkelijke pensioenlast die door de basisbijdrage is gedekt zou verminderen (waardoor het solidair tekort zou vergroten).

Wettelijke grondslag

-  24 oktober 2011 - Wet tot vrijwaring van een duurzame financiering van de pensioenen van de vastbenoemde personeelsleden van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten en van de lokale politiezones, tot wijziging van de wet van 6 mei 2002 tot oprichting van het fonds voor de pensioenen van de geïntegreerde politie en houdende bijzondere bepalingen inzake sociale zekerheid en houdende diverse wijzigingsbepalingen.