U bent hier: Home / Thema / Erediensten en vrijzinnigheid

Erediensten en vrijzinnigheid

Beginselen van vrijheid van eredienst

De Belgische Grondwet waarborgt de vrijheid van alle erediensten (art 19). Zij legt geen enkele erkenning op. Ze verbiedt de burgerlijke macht om tussenbeide te komen in de benoeming van geestelijken en in de werking van de eredienst (art. 21).

Federaal gebleven bevegdheden

Het federale niveau blijft (via de FOD Justitie) bevoegd voor de vrijwillige aanvraag tot erkenning van een nieuwe eredienst in België.
Een aanvraag brengt verplichtingen mee, meer bepaald wat betreft federale financiering van de bezoldigingen en pensioenen van de geestelijken (art. 181 van de Grondwet).

In België erkent de federale staat momenteel 6 erediensten:

• katholieke
• protestantse
• joodse
• anglicaanse
• islamitische
• orthodoxe

Naast de erkenning van deze erediensten is er ook de erkenning van de georganiseerde vrijzinnigheid. De georganiseerde vrijzinnigheid behoort integraal tot het Federale (wet van 2002).
De federale staat neemt de bezoldiging van de afgevaardigden van de niet-confessionele levensbeschouwelijke gemeenschappen voor zijn rekening.
Tot slot blijft het Federale bevoegd voor de organisatie van de diensten voor aalmoezeniers en morele consulenten van vrijzinnige aard in het leger, de ziekenhuizen en de strafinrichtingen.

Gewestelijke bevoegdheden

Behalve de hierboven genoemde bevoegdheden werd de materie van erediensten in 2002 grotendeels geregionaliseerd.

In dit deel vindt u de gewestelijke bevoegdheden inzake erkenning van de lokale gemeenschappen (parochies en hun equivalenten in andere erediensten), organisatie en financiering van de instellingen van de temporaliën van de eredienst, huisvestingstoelagen voor de geestelijken evenals begraafplaatsen en lijkbezorging.