U bent hier: Home / 8. Moeten we alle tijdens een virtueel college of virtuele raad genomen beslissingen naar de toezichthoudende overheid sturen?
U bent hier: Home / 8. Moeten we alle tijdens een virtueel college of virtuele raad genomen beslissingen naar de toezichthoudende overheid sturen?

8. Moeten we alle tijdens een virtueel college of virtuele raad genomen beslissingen naar de toezichthoudende overheid sturen?

8. Moeten we alle tijdens een virtueel college of virtuele raad genomen beslissingen naar de toezichthoudende overheid sturen?

- Wat betreft de beslissingen van de gemeenteraad (fysieke of virtuele vergaderingen)

Deze beslissingen zijn onderworpen aan het administratief toezicht zoals voorzien in de ordonnantie van 14 mei 1998 houdende regeling van het administratief toezicht op de gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De verzending van deze handelingen vindt plaats volgens de regels die zijn vastgesteld door het BBHR van 16 juli 1998 betreffende de overlegging aan de Regering van de akten van de gemeenteoverheden met het oog op de uitoefening van het administratief toezicht.

Voor de beslissingen van de gemeenteraad, of het nu fysieke of virtuele vergaderingen zijn, verandert er dus niets, dezelfde regels voor administratief toezicht zijn van toepassing.

Niet alle beslissingen die door een virtuele gemeenteraad worden genomen moeten aan de toezichthoudende overheid worden doorgestuurd.

 

- Wat betreft de besluiten van het college van burgemeesters en schepenen (fysieke of virtuele vergaderingen)

Artikel 2 van het bijzonderemachtenbesluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering nr. 2020/03 betreffende de werking van de gemeentelijke organen in het kader van de gezondheidscrisis Covid-19 bepaalt het volgende: "De beslissingen die door het college van burgemeester en schepenen worden genomen krachtens artikel 1 van dit besluit, zijn onderworpen aan het administratief toezicht zoals bepaald in de ordonnantie van 14 mei 1998 houdende regeling van het administratief toezicht op de gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, waaronder artikelen 9 en 10 en dienen te worden overgemaakt binnen de gebruikelijke termijn."

Bijgevolg, en zoals blijkt uit de preambule van het besluit, zijn de beslissingen van het college wanneer het zich in de plaats stelt van de gemeenteraad bij toepassing van het besluit onderworpen aan het toezicht, zoals het zou zijn toegepast op een beslissing van de gemeenteraad.

De toezending van de aangenomen akten door het college in plaats van de raad geschiedt derhalve volgens dezelfde regels als die welke zijn vastgesteld in het eerder genoemde BBHR van 16 juli 1998 betreffende de overlegging aan de Regering van de akten van de gemeenteoverheden met het oog op de uitoefening van het administratief toezicht.

Niet alle besluiten die door een college van burgemeesters en schepenen (al dan niet virtueel) in plaats van de gemeenteraad worden genomen moeten aan de toezichthoudende autoriteit worden voorgelegd.